Nederland was een van de 189 landen
die
zich tien jaar geleden vastlegde de afspraken
van het Beijing Platform for Action na
te komen. Dit slotdocument van de Vierde
Wereldvrouwenconferentie van de Verenigde
Naties in Beijing beoogde een krachtige
impuls te geven aan het realiseren van een
breed emancipatiebeleid. Barrières voor
vrouwen in economisch, sociaal, cultureel
en politiek opzicht zouden aangepakt
worden. Weerbaarheid, zelfstandigheid en
zeggenschap van vrouwen zouden in uptempo
gerealiseerd kunnen worden.
Tien jaar later staat het emancipatieproces
in Nederland bijna stil, vooral sinds
2002, na het aantreden van de regeringen
Balkenende I en II. De overheid trekt zich
op twee fronten terug: uit het specifieke
emancipatiebeleid dat direct gericht is op
positieverbetering van (groepen) vrouwen. |
En ze
integreert steeds minder strategieen
en maatregelen ter verbetering van de
positie van vrouwen in algemeen beleid,
het zogeheten gendermainstreaming. Instrumenten
om daadwerkelijk gelijkwaardigheid
van vrouwen en mannen mogelijk
te maken zijn er genoeg. Maar politieke wil
deze in te zetten, ontbreekt.
De huidige stagnatie in het emancipatieproces
toont aan hoe noodzakelijk het is
dat de overheid haar volle instrumentarium
inzet. De regering moet zich opnieuw
committeren aan de afspraken van Beijing.
Dat betekent dat ze in overleg met vrouwen-
en emancipatieorganisaties, centra
voor vrouwenstudies, sociale partners en
andere experts, haar koers moet bijstellen
en nieuwe, ambitieuze plannen moet maken, én vooral
uitvoeren. |