Veel
preventieve maatregelen tegen vrouwenhandel
zijn in feite gericht tegen migratie
en prostitutie. Het huidige beleid
ter bestrijding van vrouwenhandel, het
asielbeleid en het beleid op gezinshereniging
staan averechts op beleid ter versterking
van de rechten van vrouwen. Zo
is verkrachting of geweld tegen vrouwen
geen asielgrond. Dit zou in de asielprocedure
een belangrijk criterium moeten
zijn. Bovendien ontbreekt een eenduidig
migratiebeleid.
Een ruimer migratiebeleid, asielbeleid
en werkvergunningenbeleid versterken
de positie en de rechten van vrouwen. Dit
vergroot de kans voor vrouwen om op een
legale manier te migreren en maakt ze
minder afhankelijk van smokkelaars en
mensenhandelaren. Het verruimt hun mogelijkheden om
op legale wijze hun economische
problemen te lijf te gaan. |
De cijfers over mensenhandel zijn onbetrouwbaar
en lopen enorm uiteen— geschat
wordt dat het gaat om 2,5 miljoen personen per jaar wereldwijd.
Het betreft
overigens grotendeels vrouwen. Het geld
dat in deze handel omgaat, komt na wapenhandel
en vóór drugshandel.
Slachtoffers van vrouwenhandel kennen
vaak hun rechten niet en weten al helemaal
niet waar zij veilig aangifte kunnen
doen van schending ervan. Momenteel is
de bescherming van vrouwen gekoppeld
aan hun bereidheid tot aangifte en medewerking
in de strafzaak, en vaak is deze
beperkt tot de tijd waarin zij ‘nuttig’ zijn
in
de strafzaak. Op deze wijze wordt de vrouw
opnieuw ‘gebruikt’, dit keer door justitie. |