|
Het buitenlandbeleid omvat meer dan alleen ontwikkelingssamenwerking.
Het macro-economische beleid (en goed bestuur) stelt vaak de
randvoorwaarden vast voor nationale en internationale ontwikkeling.
Dit bepaalt in veel landen hoe de economie wordt ingericht, de
sociaal-economische omstandigheden waarin vrouwen hun positie
willen verbeteren, en de mogelijkheden die nog overblijven
voor economische zelfstandigheid. Privatisering van publieke
goederen en diensten (zoals water, gezondheidszorg, openbaar
vervoer), deregulering en liberalisering van handel en
investeringen hebben een negatief effect op het merendeel
van alle vrouwen (en veel mannen). De Nederlandse regering
bepaalt mede het wereldwijde macro-economische beleid. Zij
doet dit als onderdeel van de Europese Unie, in haar relaties
met de Wereldbank en
|
het Internationaal Monetair Fonds, als speler (samen met
andere EUlanden) bij de Wereldhandelsorganisatie en in
bilaterale handels- en investeringsverdragen. Hoewel
vastgelegd in internationale verdragen, zoals de afspraken
gemaakt in Beijing, blijken in de praktijk mensenrechten
van veel minder belang dan economisch eigenbelang. De
regering heeft tot nu toe verzuimd na te gaan of ze de in
internationale verdragen aangegane verplichtingen nakomt.
Zo moet zij in genderbudgetanalyses voor alle onderdelen
van een begroting bekijken welke invloed de verdeling van
middelen heeft op de positie van mannen en vrouwen.
|